Romans en verhalen

Theo Monkhorst schrijft poëzie, proza en toneel. Hij publiceerde vier poëziebundels en losse gedichten in diverse van literaire tijdschriften in Nederland en België.

In 2010 verscheen het toneelstuk ‘King Dik, nar en koning’, dat in een openbare lezing werd gepresenteerd in het Haagse Spuitheater. Zijn monoloog 'Matenliefde' verscheen in 2013 op deze website.

Hij publiceerde zeven romans: ‘Brieven aan mijn liefste’ en ‘Vuil bloed’, 'De paradox van Tinguely', 'Blinde perfectie,  ‘De blijmoedige leugenaar’ en ‘De zegen van weemoed’ (dubbelroman).

Brieven aan mijn liefste

Novelle in briefvorm, 2005
Lees meer >

Korte teksten

Giaccomo's sterfbed
Lees meer >

Jongetje
Lees meer >

Aantekeningen in de tussentijd
Lees meer >

Een ongepubliceerd pleidooi
In memoriam Gerard Fieret
Lees meer >

Opinie

Dagboek

Dagelijkse aantekeningen
Lees meer >>

Nieuwe gedichten

Voor enkele recente gedichten
klik hier >

Gedichtenbundels

Poging tot benadering
gepubliceerd in 2000
Lees meer >

City of Glass
gepubliceerd in 1960
Lees meer >

zegen-van-weemoed

Presentatie ‘De Zegen van weemoed’ op 13 oktober in het Theater aan het Spui. Samen met Paul van Vliet.

Vier jaar heb ik er aan gewerkt, een trilogie met als titel ‘De zegen van weemoed’. De eerste twee delen worden nu uitgegeven door uitgeverij In de Knipscheer in Haarlem, het derde deel verschijnt anderhalf jaar later.

De presentatie van de vuistdikke boek (540 pagina’s) vindt plaats op 13 oktober om 16 uur in het Theater aan het Spui in Den Haag. Ik vertel over de inhoud en Paul van Vliet leest met zijn prachtige bronzen stem fragmenten voor. Na afloop signeer ik. Waar het over gaat? Te veel om op te noemen, maar de flaptekst vermeldt het volgende.

Wat begint als een luchtig literair experiment loopt uit op het relaas van het leven van journalist Pieter Fransman. Een bizarre familiekroniek van bijna een eeuw waarin families uit Oost en West met elkaar versmelten. Daarin constateert hij dat de taal een onbetrouwbare kameraad is, die hij niettemin nodig heeft om te overleven.

Als hij op vijfenveertigjarige leeftijd besluit een fictieve autobiografie te schrijven alsof hij vijfenzeventig is, weet hij niet dat hij daar meer dan dertig jaar voor nodig zal hebben. Het wordt een dramatische zoektocht naar zijn herkomst en toekomst, met daarin jeugdige overmoed, kroningsrellen in Amsterdam, twee wereldoorlogen, het trauma van zijn vermeende Duitse afkomst, een tragische liefde, vaderschap, de vriendschap met een oude Joodse filosoof en diens mysterieuze dood. Hij beschrijft een rouwproces in een poging zijn verloren liefde met woorden tot leven te wekken en eindigt uiteindelijk in de ontdekking van de zegen van weemoed.

De laatste regel die Pieter Fransman in het eerste boek schrijft is: Laat ik een detective schrijven. Het is de aankondiging van het tweede boek, waarin de auteur samen met Lena, de ex echtgenote van zijn vriend de Joodse filosoof, op zoek gaat naar de oorzaak van diens dood. Is het zelfmoord of moord? Tijdens die zoektocht blijkt dat de filosoof probeerde een geweten voor kunstmatige intelligentie te ontwerpen. Hij legde daarbij een relatie tussen zijn ervaring als slachtoffer van de Holocaust en een mogelijke nieuwe wereldoorlog door de beschikbaarheid van superintelligente wapens. Maar bovenal is het tweede boek het relaas van twee vitale oudere mensen, hun geschiedenissen van bijna een eeuw, en de ontroerende verliefdheid die tussen hen opbloeit.
 

Vertalingen/ Traductions/ Translations

Informatie