Romans en verhalen

Theo Monkhorst schrijft poëzie, proza en toneel. Hij publiceerde vier poëziebundels en losse gedichten in diverse van literaire tijdschriften in Nederland en België.

In 2010 verscheen het toneelstuk ‘King Dik, nar en koning’, dat in een openbare lezing werd gepresenteerd in het Haagse Spuitheater. Zijn monoloog 'Matenliefde' verscheen in 2013 op deze website.

Hij publiceerde vier romans: ‘Brieven aan mijn liefste’ en ‘Vuil bloed’, 'De paradox van Tinguely' en 'Blinde perfectie.'

Brieven aan mijn liefste
Novelle in briefvorm, 2005
Lees meer >

Korte teksten

Giaccomo's sterfbed
Lees meer >

Jongetje
Lees meer >

Aantekeningen in de tussentijd
Lees meer >

Een ongepubliceerd pleidooi
In memoriam Gerard Fieret
Lees meer >

Opinie

Dagboek

Dagelijkse aantekeningen
Lees meer >>

Nieuwe gedichten

Voor enkele recente gedichten
klik hier >

Gedichtenbundels

Poging tot benadering
gepubliceerd in 2000
Lees meer >

City of Glass
gepubliceerd in 1960
Lees meer >

Enkele recente gedichten

Waarom mijn lief in augustus dacht dat ik dronken was

Wit nog
de lakens
grauw de windsels
bouwden zij een hospitaal
in de grotten
wachtend op gewonden
stromend als lava
in Terny onder het huis waarin ik woon
op de bloedgrens

honderd jaar geleden,

sloegen zij heiligen aan stukken
staken de kathedraal in brand
en de stad en de mensen
in Reims nabij het huis waar ik woon,

sloegen zij gifgas op dertig jaar later
achter ijzeren deuren
nu ruw van roest als ik ze streel
diep in de grond waarop ik woon.

Nu loop ik in de crypte
rond de fundamenten
van het acht keer verwoeste
menselijke meesterwerk
de Kathedraal van Chartres

waar tussen streng glas in lood
van anonieme Christelijke zekerheid
de abstracte kalligrafie van
Kim de Koreaan opduikt
handschrift van de eenzame
zoektocht van de onzekere

wat ik herken

evenals het Spaanse koor
boekhouders, bankiers, verpleegsters, winkeliers
tantes, ooms, moeders, vaders, altijd kinderen,
waarvan de stemmen
als een regenboog
de hoge ruimte kleuren

naamloos als steenhouwers,
negen eeuwen geleden
die hakten schaafden en hesen
en zo steen voor steen
een wonder schiepen.

Vandaag zag ik in het huis waarin ik woon
kinderen onder bommenregens in Gaza
wachtend op de hongersdood in de bergen van Sinjar

dode vliegtuigvleugels bij Donetsk
en plechtig gedragen lijken in Eindhoven,

stofregens van de opgeblazen
tombe van Jona in Mosul.Op de oudste muur
vermaakt het lichtspel
de toeristen ah.. en oh….

onbewust
van nieuwe oude goden
die komen om te vernietigen.

Het epicentrum van de paradox
kruipt naar mijn hart, mijn lief,
ik ben niet dronken zoals je denkt,

augustus is de wreedste maand.

Terny, aug 2014.
© Theo Monkhorst  

Download de nederlandse pdf

-------

English translation by Joy Misa

Why in August my love thought I was drunk 


Still white
the sheets
the bandages grey
they built a hospital in the caverns
waiting for wounded
flowing like lava
in Terny under the house where I live
on the blood border,

a hundred years ago,

they hacked saints to pieces
set the cathedral on fire
and the city and the people of Reims
close to the house where I live,

stored poison gas thirty years later
behind iron doors
now rough with rust as I stroke them
deep in the ground on which I live


now I walk in the crypt
around the foundations
—devastated eight times—
of the human masterpiece
the Cathedral of Chartres

where between the severe stained glass
of anonymous Christian certainty
the abstract calligraphy of
Kim the Korean emerges
handwriting of the lonely
search for the uncertain

which I recognize

as well as the Spanish choir
bookkeepers, bankers, nurses, shopkeepers
aunts, uncles, mothers, fathers, always children
whose voices like a rainbow
colour the lofty space

nameless as stonemasons
nine centuries ago
who chiselled, shaved and heaved
thus stone for stone
created a miracle.

Today I saw in the house where I Iive
children under bomb showers in Gaza
awaiting death by starvation in the mountains of Sinjar

dead airplane wings in Donetsk
and solemnly conveyed corpses in Eindhoven

dust fallout of the blasted
tomb of Jona in Mosul.

On the oldest wall
the light show entertains
the tourists ah… and oh…

unaware
of the new old gods
come to destroy.

The epicentre of the paradox
eats at my heart, my love,
I’m not drunk as you think.

August is the cruellest month.

 

Terny, August 2014
© Theo Monkhorst
translated by Joy Misa

 

Download the english pdf

-------

Portret met fijne pen

Zij leest

temidden van de massa
staand kruisgevoet
nageltjes rood
het boek in adoratie geheven

naar haar ogen
vochtig en zoekend
de sleutel

die haar toelaat
tot haar zelf
aan gene zijde

van het papier
vol verwachting
dat wat oud

en rijp was
fris en blozend wordt
als haar wangen.

Zo staat zij
ongemerkt alleen
onkwetsbaar aan deze zijde.

 

 

*

Waar de martelaren wonen
liggen vruchten te glanzen
en vissen te lachen, het ruikt

er naar warm brood
en gebraden kippen
en niemand denkt aan de doden.

 

*

De vingers van de opgewonden bladeren
wijzen de herfstwind de weg door
de trechter van het raam: díe daar!
en zijn klamme hand trekt mij
het donkere bos in.

 

*

Wat mis ik de woorden
die ik niet schreef

die niet beklijfden
niet landden
niet pasten

niet kleurden bij
het donkere het groen
dat niet donker was
als het al groen was

die vergeten woorden
als ze al bestonden.

*

De koele wind
waait onder
mijn rokje
en verjaagt
de warme
zonnehand

zo genieten
mijn dijen
telkens weer
van andere
bezoekers.

 

*

Vandaag loog ik
de ruimte die
zijn woning is,
de hemel zijn dak
de bank zijn bed
de regen zijn bad

de hond zijn mens
en soms een gans,
ik loog

de vrije zomer
en de winter
als hij bevriest.

 

 

*

Bijvoorbeeld
hebben wij knoken en knieën
en ellebogen en buigen bomen
zonder soepel metde wind,
zijn onze armen geen takken
en onze benen geen stam
kunnen bomen niet lopen
en wij niet buigen, bomen
ruisen en wij spreken.

 

*

De wind is eindelijk gaan liggen,
vanochtend liep hij nog rustig rond
daarna begon hij te rennen als een gek
en nu het avond wordt ligt hij
als een hond aan mijn voeten,
het beest.

 

*

Ik was weer even
in de leegte –
maar kort
sinds lang,
alsof ik eindelijk
thuis kwam.

 

*

Sommige zijn hard als bankiers
sommige zacht als jonge moeders
sommige hebben een blos,
flonkeren of stinken

maar als ze samenkomen
vertellen ze verhalen over
harde bankiers met blozende
moeders die stinken naar
zachte baby’s en flonkeren
van liefde.

 

*

Een dor oud blad dartelt
achter mij aan over het grint
maar de wind bepaalt
zijn richting en het verdwijnt
vergeefs in de verte ritselend
alsof het wil zeggen dat het
al eerder bij mij woonde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vertalingen/ Traductions/ Translations

Informatie