Gedichten en vehalen van Theo monkhorst

Huis Huid

Huis Huid

In Huis Huid beschrijft de dichter in zesentwintig gedichten zijn biotoop waarin hij met zijn huis samenvalt. De ene keer richt hij zich tot zijn muze Mirabel, geleerde, zongestoofde, andere keren spreekt hij schilders aan waarvan het werk de muren van zijn kamers bekleden, schrijft hij een ode aan zijn planken vloeren en eeuwenoude marmeren gangen, nodigt uit mee te gaan naar de donkere kruipruimten waar dictators geen toegang hebben, biedt vluchtelingen voor korte tijd onderdak en richt zich tot schrijvers die het labyrint van zijn bibliotheek bewonen en componisten waarvan de muziek hem doordringt.

De ontroering van de geschiedenis blijkt uit het portret van mensen die ooit in het huis leefden en alle eeuwenoude materialen afkomstig van overal die het huis en alles daarin vormgeven.
Samen met zijn muze gaat hij tenslotte juichend ten onder in het door bomen overwoekerde huis.

Als daarna de boom die in mij wortelt
door dit huis groeit, takken
door zijn dak de zon zoeken,
zoals zijn wortels in mijn lijf
de duisternis, waar wormen leven,
het veilig is en doden naast mij slapen,
zal ik je niet meer missen Mirabel
en jij mij niet, want je bent begravenin dit vers zoals ik in aarde.

Uitgeverij In de Knipscheer, 2000. Overal verkrijgbaar.