Gedichten en vehalen van Theo monkhorst

Najaarsoogst: 2 boeken & 2 dialogen

Het afgelopen jaar heeft ons noodgedwongen afzondering gebracht. Maar voor een schrijver is dat geen groot probleem. Günter Grass noemde schrijven een vorm van zelfgekozen eenzaamheid. Wel was het onmogelijk om de vruchten van de arbeid te tonen – en dat gaan we nu inhalen. Hierbij een eerste aankondiging.

In september verschijnt bij Uitgeverij Gopher mijn vertaling van Stećci, een serie korte teksten over grafstenen van de Servische dichteres Vera Srbinović. Met daarbij beeldschone tekeningetjes van de dichteres. De vorige twee bundels vertaalde gedichten hebben we destijds gepresenteerd in Pulchri, Den Haag, waarbij Alexander Münninghoff ons interviewde. Zowel Vera als Alexander zijn helaas niet meer onder ons. Daarom zullen we de verschijning op een bescheiden wijze vieren.

In oktober verschijnt mijn nieuwe (negende) roman ‘De Schrijver en de Luchtvrouw’ bij Uitgeverij In de Knipscheer. Na de trilogie ‘De zegen van weemoed’ en geheel nieuw verhaal over liefde, klimaat, corona en de onmogelijkheid van het schrijven van een feitenrelaas door een fictieschrijver. Wat fictie wel mogelijk maakt bewijst dit boek, waarin de schrijver de protagonist uit zijn verhaal in levenden lijve ontmoet. En hoe!

Eveneens in oktober zullen twee nieuwe dialogen in theater Branoul worden opgevoerd door het team van Bob Schwarze. Twee korte theaterstukken, die ik in het afgelopen half jaar heb geschreven. Het eerste is een satirisch stuk, getiteld ‘Ik wethouder/ over schoonheid en macht,’ waarin het heftige debat over het kunstenplan in de Haagse gemeenteraad wordt geparafraseerd. Het tweede stuk, getiteld ‘Confessies van een grijsaard’, gaat over een dramatisch generatieconflict. Kleinzoon verwijt grootvader dat diens generatie hem opzadelt met de dramatische gevolgen van de klimaatcrisis. Twee hoogst actuele stukken.

Dit is een vooraankondiging. In september laat ik meer weten. Ik hoop jullie in het najaar te zien in normale omstandigheden.